Hommels

Hommels
Hommels zijn nauw verwant aan de bijen, maar zijn aangepast aan een kouder klimaat. Ze zijn groter en dichter behaard, waardoor ze minder warmte verliezen dan bijen. Op hele warme dagen kunnen ze daardoor niet goed uitvliegen, maar rusten ze liever.
Er zijn hommelsoorten die kleine nesten bouwen, maar er zijn ook zogenaamde koekoekshommels die eitjes leggen in nesten van andere soorten. In Nederland komen er zo’n 30 soorten hommels voor, waarvan er 10 algemeen voorkomen. De andere soorten zijn zeldzaam of worden in hun voortbestaan bedreigd. De aardhommel is de meest voorkomende hommel in Nederland en wordt commercieel gekweekt en ingezet als bestuivers in de tuinbouw.
Hommels hebben een andere aanpak dan honingbijen. Zij vliegen van bloem tot bloem en zijn minder “soort-vast” dan honingbijen. Zij vliegen bij lagere temperaturen en zijn daarom geschikte bestuivers in de kassenteelt, bijvoorbeeld voor de bestuiving van tomaten.