Bijensterfte

Bijensterfte
Onder normale omstandigheden sterft ongeveer 10% van de bijenvolken in de winter. De afgelopen jaren is dat cijfer echter twee tot drie keer zo hoog geweest, lokaal komt tot zelfs 90% van de volken de winter niet door. De helft van de gestorven volken leed aan de ‘bijenverdwijnziekte’, waarbij de imker de bijenkast geheel verlaten aantreft.

Oorzaken
Er is nog veel onduidelijk over de oorzaak van deze bijenverdwijnziekte. Dat komt waarschijnlijk doordat er niet één oorzaak is, maar dat het een gevolg is van een opeenstapeling en samenspel van meerdere factoren.

Zo is in de afgelopen 50 jaar het aantal soorten planten dat door bijen wordt bestoven met ruim tien procent afgenomen. Het bloemenaanbod is in de laatste 10 jaar zelfs met een derde afgenomen. Oorzaken zijn onder meer de schaalvergroting in de landbouw (minder overhoekjes, houtwallen en akkerzomen), toename van het gebruik van herbiciden en de toename van bodemvruchtbaarheid waardoor waardevolle nectarplanten weggeconcurreerd worden door minder aantrekkelijke grassen en kruiden.

Bovendien zijn er de afgelopen tien jaar een aantal zwaktes naar voren gekomen in de imkerij. Zo zijn bijenvolken steeds gevoeliger geworden voor varroamijten (Varroa destructor) en darmparasieten (Nosema apis). Omdat er altijd al sprake is geweest van relatief veel inteelt (bevruchting van koninginnen door nauw verwante darren) en door veredeling zijn bijenvolken gevoelig voor nieuwe ziektes. Door parasieten besmette volken hebben eerder last van opeenstapeling met andere bedreigingen.

Tot slot is er begin deze eeuw een belangrijke groep insecticiden bijgekomen: de systemische neonicotinoïden. Deze worden inmiddels algemeen gebruikt in bijvoorbeeld de gangbare akkerbouw. Honingbijen blijken er gemakkelijker mee in contact te komen dan gedacht. Pas dit jaar zijn langetermijneffecten ontdekt en wetenschappelijk gepubliceerd. Alhoewel de meeste niet acuut giftig zijn, verzwakken ze honingbijen. Bijvoorbeeld doordat werksters hun oriëntatie in het veld verliezen. In verarmde landschappen met zwakke bijenvolken kan dat net de druppel zijn die een bijenvolk doet sterven.